Rijksmuseum in Amsterdam
In 1800 opende het Rijksmuseum voor het eerst haar deuren onder de naam 'Nationale Kunst Gallerij'. Het was destijds gevestigd in Huis ten Bosch in Den Haag. Het museum verhuisde in 1808, in opdracht van koning Lodewijk Napoleon (een broer van Napoleon Bonaparte), naar het Paleis op de Dam in Amsterdam en later naar het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal. Bij die verhuizing werden veel schilderijen die Amsterdam bezat aan de collectie toegevoegd. Toen in 1885 het huidige gebouw in gebruik werd genomen, werd ook de collectie van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst uit Den Haag aan het Rijksmuseum toegevoegd.
Het huidige gebouw is ontworpen door P.J.H. Cuypers. Hij combineerde gotische en renaissance-elementen. In de ornamenten zijn tal van verwijzingen naar de vaderlandse geschiedenis te vinden.
Met bijna 1 miljoen voorwerpen is het Rijksmuseum in Amsterdam het grootste museum voor kunst en geschiedenis in Nederland. Het bekendste collectie-onderdeel is de Nederlandse schilderkunst uit de 17de eeuw, met 20 Rembrandts en veel andere meesterwerken van onder andere Johannes Vermeer, Frans Hals en Jan Steen. Maar het absolute topstuk is natuurlijk de wereldberoemde Nachtwacht!
Het museum heeft meer dan 200 zalen en is onderverdeeld in 5 verzamelafdelingen. Naast de schilderijen zijn dit: Beeldhouwkunst & Kunstnijverheid, Nederlandse Geschiedenis, het Prentenkabinet en Aziatische kunst.